Uw partner achter het primaire proces

Diensttijd voor 1996 niet altijd pensioengevend bij het ABP

Iedere werknemer die werkzaam is in het onderwijs en de AOW-gerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt, bouwt pensioen op bij het ABP. Uw medewerkers kunnen via mijn.abp.nl de opgebouwde diensttijd raadplegen. Niet alle dienstverbanden hebben in het verleden tot pensioenopbouw geleid. Vóór 1996 waren er een aantal uitsluitingsgronden voor de opbouw van pensioen bij het ABP. De belangrijkste uitsluitingsgronden waren:

  • Voor dienstverbanden waarvan de duur niet meer was dan 6 maanden is geen pensioen opgebouwd.
  • Bij dienstverbanden ter vervanging van afwezig personeel kon, over het algemeen, vooraf niet worden bepaald of dit een dienstverband van meer dan 6 maanden zou gaan worden. Ook voor deze dienstverbanden is geen pensioen opgebouwd. Pas als definitief bekend was dat het dienstverband tenminste 6 maanden zou duren, werd er vanaf dat moment pensioen opgebouwd over dit dienstverband.
  • Indien het totale loon dat een medewerker verdiende, omgerekend naar een jaarbedrag, in de dienstverbanden waarop bovengenoemde uitsluitingsgronden niet van toepassing waren, relatief laag was, werd over deze dienstverbanden geen pensioen opgebouwd. Het grensbedrag werd ieder jaar door het ABP vastgesteld. Deze uitsluitingsgrond is per 1 mei 1994 komen te vervallen. Tot 1 mei 1994 was dit grensbedrag € 4.246,00 per jaar.

Als bij een medewerker een van bovengenoemde uitsluitingsgronden van toepassing was, dan werd er in die tijd ook geen pensioenpremie ingehouden en afgedragen aan het ABP.

Naast bovenstaande uitsluitingsgronden, is tussen 1 oktober 1986 en 1 mei 1994 een regeling van toepassing geweest op personeelsleden die nog geen 25 jaar waren. Bij personeelsleden die in deze periode een dienstverband kregen waarvoor in principe pensioen zou worden opgebouwd, maar waar de medewerker nog geen 25 jaar oud was, werd er geen ouderdomspensioen opgebouwd. Wel waren zij in dat geval verzekerd via het ABP voor de financiële gevolgen van arbeidsongeschiktheid en bestond er voor nabestaanden bij het overlijden aanspraak op het nabestaandenpensioen. Vanaf het moment waarop de medewerker in bovengenoemde periode 25 jaar werd, is men wel ouderdomspensioen gaan opbouwen.

Indien in de periode 1 oktober 1986 tot 1 mei 1994 geen ouderdomspensioen werd opgebouwd omdat de medewerker nog geen 25 jaar oud was, is op het salaris geen pensioenpremie ingehouden. Wel is in die tijd een zogenaamde solidariteitsheffing ingehouden op het loon. Deze solidariteitsheffing was een relatief klein bedrag en kwam volledig voor rekening van de medewerker.

Meer informatie over de uitsluitingsgronden voor 1996 bij de opbouw van het pensioen bij het ABP vindt u op de website van het ABP.

Deel dit bericht

Meer Nieuwsflits berichten

We plaatsen functionele en analytische cookies. Deze zijn geanonimiseerd en noodzakelijk om de website goed te laten werken en het gebruik te kunnen meten. x